Van Wet natuurbescherming naar Omgevingswet
Sinds 1 januari 2024 is de Wet natuurbescherming opgegaan in de Omgevingswet. Voor projectontwikkelaars, gemeentes en beheerders verandert vooral het procesmatige — de inhoudelijke bescherming van soorten en Natura 2000-gebieden blijft grotendeels gelijk. Hieronder leest u wat er anders is, wat hetzelfde blijft, en hoe wij u door het nieuwe traject loodsen.
Wat is er per 1 januari 2024 veranderd?
De Wet natuurbescherming (Wnb) is samen met 25 andere wetten opgegaan in de Omgevingswet. De inhoudelijke regels staan nu in het Besluit activiteiten leefomgeving (Bal) en het Besluit kwaliteit leefomgeving (Bkl). De belangrijkste praktische verschillen:
- Een “ontheffing Wnb” heet nu een omgevingsvergunning voor een flora- en fauna-activiteit.
- Aanvragen lopen voortaan digitaal via het Omgevingsloket.
- Bevoegd gezag voor soortenbescherming is meestal de provincie; voor gebiedsbescherming rond Natura 2000-gebieden eveneens de provincie.
- Gemeentes blijven verantwoordelijk voor het integraal toetsen van een aanvraag op natuuraspecten (volledigheidstoets).
Wat blijft hetzelfde?
De Europese basis — Vogelrichtlijn en Habitatrichtlijn — staat ongewijzigd. Vleermuizen, broedvogels, jaarrond beschermde nesten, beschermde planten en de nationaal beschermde soorten van de oude bijlage A en B blijven beschermd. Onderzoeksprotocollen zoals het Vleermuisprotocol van het Vleermuisvakberaad en de Soortinventarisatieprotocollen van het Netwerk Groene Bureaus blijven leidend voor het bepalen van de juiste onderzoeksinspanning. Voor de ecologie van soorten en effectieve maatregelen vormen de Kennisdocumenten van BIJ12 de basis. De zorgplicht is ook overgenomen.
Kort gezegd: als u eerder een quickscan en aanvullend vleermuisonderzoek nodig had, geldt dat nog steeds. Het juridische product aan het eind heet alleen anders.
Welke onderzoeken heeft u nodig?
De volgorde voor een doorsnee bouwproject blijft:
- Quickscan ecologie — bureauonderzoek + veldbezoek om te bepalen welke beschermde soorten redelijkerwijs aanwezig kunnen zijn.
- Bij verdachte resultaten: soortgericht aanvullend onderzoek, bijvoorbeeld vleermuizen, jaarrond beschermde vogels of kleine marters.
- Indien overtreding van een verbodsbepaling onvermijdelijk is: aanvraag omgevingsvergunning met activiteitenplan, mitigerende en compenserende maatregelen.
- Tijdens de uitvoering: ecologische begeleiding volgens goedgekeurd werkprotocol.
Hoe vraagt u een omgevingsvergunning aan?
De aanvraag dient u digitaal in via het Omgevingsloket. U koppelt het ecologisch onderzoek (quickscan + eventueel aanvullend soortenonderzoek) als bijlage en motiveert waarom de omgevingsvergunning verleend zou moeten worden. Het bevoegd gezag (provincie of in sommige gevallen gemeente) toetst aan het Bal en aan de instandhoudingsdoelen voor de betrokken soorten. Reken op een doorlooptijd van enkele maanden voor reguliere zaken; bij uitgebreide procedures of zienswijzen kan dat oplopen. Zie Informatiepunt Leefomgeving voor de actuele procedure en termijnen.
Voor gemeentes: uw rol blijft groot
Onder de Omgevingswet behoudt de gemeente een centrale rol bij de volledigheidstoets van een omgevingsvergunningaanvraag. Bij ruimtelijke ontwikkelingen waar effecten op beschermde natuur niet zijn uit te sluiten, moet u toetsen of het natuurdeel afdoende is onderbouwd. Onze natuurwaardenkaart op gemeenteniveau geeft uw vergunningverleners en toetsers in één oogopslag inzicht in welke beschermde soorten waar in het gemeentegebied voorkomen — ideaal als baseline tegen de aangeleverde effectbeoordelingen. Daarnaast verzorgen wij workshops voor handhavers en toetsers over de natuuraspecten van de Omgevingswet.
Veelgestelde vragen
Geldt de Wet natuurbescherming nog?
Nee. Per 1 januari 2024 is de Wet natuurbescherming opgegaan in de Omgevingswet. De inhoudelijke bescherming van soorten en gebieden uit de Vogel- en Habitatrichtlijn is daarin overgenomen; juridisch loopt het traject nu via een omgevingsvergunning in plaats van een Wnb-ontheffing.
Heb ik nog een quickscan ecologie nodig onder de Omgevingswet?
Ja. Bij ruimtelijke ingrepen blijft u verplicht aan te tonen dat uw plan geen verboden effecten heeft op beschermde soorten en Natura 2000-gebieden. Een quickscan flora en fauna is daarvoor in de meeste gevallen het startpunt en wordt door bevoegd gezag gevraagd bij de aanvraag.
Wat heet nu geen "ontheffing Wnb" meer?
Een ontheffing op grond van de Wet natuurbescherming heet nu een omgevingsvergunning voor een flora- en fauna-activiteit. Die vraagt u digitaal aan via het Omgevingsloket; het bevoegd gezag is meestal uw provincie of gemeente.
Veranderen de beschermde soortenlijsten?
De lijsten zijn grotendeels één-op-één overgenomen in het Besluit activiteiten leefomgeving (Bal). Vogels (Vogelrichtlijn), Habitatrichtlijn-soorten zoals vleermuizen en de nationaal beschermde soorten (de oude bijlage A en B van de Wnb) blijven beschermd. Vrijstellingen kunnen per provincie verschillen.
Wat doet E.C.O. Logisch voor gemeentes en provincies?
Wij ondersteunen overheden bij de uitvoering van hun nieuwe taken: natuurwaardenkaarten op gemeenteniveau, advies bij volledigheidstoetsing van vergunningaanvragen, workshops voor handhavers en vergunningverleners, en specialistisch soortenonderzoek waar de gemeente of provincie zelf geen capaciteit voor heeft.
Hoe lang duurt zo'n vergunningstraject?
Reken voor een volledig traject met soortgericht onderzoek op 3 tot 12 maanden, afhankelijk van het seizoen en de soort. Voor vleermuizen en jaarrond beschermde vogels is meestal een veldseizoen nodig. Plan uw quickscan daarom vroeg in.