Zoogdieren

Natuurwetgeving

In Nederland komen ruim 50 verschillende soorten zoogdieren voor. Daarvan zijn 38 verschillende soorten zoogdieren beschermd: 31 soorten nationaal beschermd onder bijlage A van de Omgevingswet (voorheen Wet natuurbescherming) en 7 soorten op Europees niveau via bijlage IV van de Habitatrichtlijn. Per soort vormen de Kennisdocumenten van BIJ12 de leidende bron voor ecologie en passende maatregelen.

Nationaal beschermd
o.a. boommarter, bunzing*, das, eekhoorn, eikelmuis, haas*, hermelijn*, steenmarter, veldspitsmuis, vos*, waterspitsmuis, wezel*, wild zwijn (* met provinciale vrijstelling in veel provincies).
Europees beschermd
Bijlage IV Habitatrichtlijn: bever, Europese hamster, hazelmuis, lynx, Noordse woelmuis, otter en wilde kat.
* Voor deze soorten geldt een provinciale vrijstelling in een groot deel van de Nederlandse provincies.
Veldmuis (Microtus arvalis) Veldmuis (Microtus arvalis)

Onderzoeksmethodiek

Sporenonderzoek

Veel zoogdieren laten zichtbare sporen achter in de vorm van uitwerpselen, voetafdrukken, vraat- en graafsporen. Aan de hand van deze sporen kan een terzake kundige het landschap ‘lezen’. Om te bepalen of een gebied ook echt van belang is voor een soort, is inzicht in het gebruik van dat gebied nodig. Ook het functioneren van faunapassages kan via sporenonderzoek worden bepaald.

Inloopvallen (kleine zoogdieren)

De aanwezigheid van beschermde muizensoorten is te inventariseren door middel van de gebruikelijke inloopvallen (type Longworth). Voor het inventariseren van muizen gebruiken wij de IBN-methode: rijen met 20 inloopvallen worden verspreid over het projectgebied in geschikt habitat geplaatst. Voor de waterspitsmuis worden zes vangrondes gelopen vanwege de lage dichtheden.

eDNA

De inventarisatie naar de beschermde Noordse woelmuis en waterspitsmuis kan ook via environmental DNA (eDNA) analyse worden uitgevoerd — minder arbeidsintensief dan inloopvallen. Voor Noordse woelmuis worden keutelmonsters verzameld; voor waterspitsmuis watermonsters. Deze worden in een laboratorium onderzocht en geanalyseerd op de aanwezigheid van DNA van de doelsoort.

Cameravallen (grotere zoogdieren)

De aanwezigheid van grotere zoogdieren is waar te nemen aan de hand van sporenonderzoek (prenten, wissels, haren en uitwerpselen). Het vaststellen van vaste rust- en verblijfplaatsen, migratie- en foerageergebied kan worden uitgevoerd met behulp van cameravallen met infraroodflits.

Referentieprojecten

Wilt u meer weten? Neem contact op:

Adviesbureau E.C.O. Logisch

Adviesbureau E.C.O. Logisch
E-mail: algemeen@eco-logisch.com
Tel.: 0172-576072